Geestelijke onderwerpen

Welkom

op de site van Mart Prins

Bijbelstudies

over belangrijke bijbelse onderwerpen

  1. Avondmaal
  2. De Christelijke Doop
  3. Israel en de Gemeente
  4. Israel
  5. Schaduwbeeld en werkelijkheid
  6. Valse leer van de R.K. kerk
  7. Verbond in ref kerk

[javascript protected email address]

Het "verbond" en de "kinderdoop"

In de reformatorische kerken gebruikt men vaak de term 'het verbond'. Men bedoelt dan het verbond dat God met Abraham sloot. God beloofde aan Abram nakomelingen hoewel Sarai onvruchtbaar was. God moest een wonder doen om deze belofte waar te maken. Eerst verwekte Abram nog een natuurlijke nakomeling bij de slavin Hagar. Maar dit was niet de vervulling van Gods belofte. God stelde toen de besnijdenis in, welke Abraham moest aanvaarden. We zullen verder zien dat de besnijdenis een heenwijzing is naar Golgotha waar Jezus zijn leven/lichaam heeft geofferd. Abraham werd door zijn geloof de vader van alle gelovigen. Abram vertrouwde God in alles, ook voor zijn eeuwig leven vertrouwde hij op God. Maar God zou ook een wonder moeten doen om Abram van zijn oude zondige natuur te verlossen. In de besnijdenis gaf God reeds het zegel dat Hij het vlees/de oude zondige natuur weg zou nemen. Golgotha was nodig om de belofte aan Abram gedaan, waar te maken. De wedergeboorte van de mens werd zichtbaar.

          Rom. 4:11 En het teken der besnijdenis ontving hij als het zegel der gerechtigheid van dat geloof, dat hij in zijn onbesneden staat bezat. Zo kon hij een vader zijn van alle onbesneden gelovigen, opdat hun de gerechtigheid zou worden toegerekend,

Abram.
De belofte dat Abraham nakomelingen zou krijgen, werd door God meerdere malen aan hem gegeven. Nageslacht duidt op een doorgaan van het leven; geestelijk gezien betekent het eeuwig leven.

               Gen. 17:7   En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.
                 8   En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer  land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.(svv) 

Abram krijgt weer de belofte dat God hem een nageslacht zal geven; een zaad, niet zaden(gal. 3:16), de belofte slaat dus op Jezus. Deze vierde belofte krijgt hij ná de geboorte van Ismaël (Ismaël was niet de vervulling van de belofte) en nadat Abram Melchizedek (een schaduwbeeld van Christus) had ontmoet. God zegt nu dat Abram moet gehoorzamen en oprecht moet leven. Vóór Ismaël werd Abram telkens rechtvaardig verklaard door zijn geloof. God zegt nu opnieuw dat Hij een verbond met Abram wil aangaan, waar Abram van zijn kant ook een aandeel in zal hebben, nl. de besnijdenis. God belooft in dit verbond dus gerechtigheid (rechtvaardigheid), en ontelbare nakomelingen. Geestelijk gezien betekent dit eeuwig leven voor Abram's gelovig nageslacht. Deze belofte heeft God in Christus vervuld. Abraham kon zo de vader worden van alle gelovigen.

          (9-10) Uw gedeelte van het verbond bestaat uit het naleven van de regels. Dit is uw verplichting aan Mij: iedere mannelijke nakomeling moet worden besneden; 11 de voorhuid  moet worden verwijderd. Dat zal voor Mij het teken zijn dat u en uw nakomelingen dit verbond accepteren en eerbiedigen. 12 Ieder jongetje moet acht dagen na zijn geboorte worden besneden. Dat geldt zowel voor een buitenlandse slaaf als voor iemand, die in uw huis is geboren.

Besnijdenis.
Abraham moest nu van zijn kant iets accepteren wat bij voorgaande beloften niet gevraagd was. Wat God nu van Abraham vroeg was een diepe ingreep. Maar het was ook een zegel dat God zijn beloften zou waarmaken. Abram geloofde in de besnijdenis en zag daarin dat het Kruis van Christus nodig was, ook voor hemzelf en voor Ismaël en voor zijn slaven. Hij legde zijn oude leven volledig in God's hand. Hij accepteerde dat God zijn leven in alles mocht leiden. Wat het vlees betreft zou dit een pijnlijke weg zijn. Er wordt een bedekking weggenomen. Later in het N.T. wordt de werkelijke besnijdenis een besnijdenis van het hart genoemd. De besnijdenis van het hart staat in nauw verband met de doop. De besnijdenis is dus een heenwijzing naar het offer van Jezus aan het kruis. De doop (begrafenis, Rom. 6) is een terugblik naar het kruis. We aanvaarden bij onze doop de dood van onze oude, zondige natuur, die gekruisigd is met Jezus. Jezus leed voor ons aan het kruis. Hij gaf zijn bloed en zijn lichaam, zijn vlees voor ons. Wij moeten wat ons oudeleven betreft met Hem sterven om zo met Hem te kunnen opstaan in een nieuw, eeuwig leven. Wij moeten ons eigen leven, met zijn zondige begeerten voor dood houden. Dit kan in de kracht van de H.Geest. Christus leeft in ons, Hij heeft recht op ons leven. Abraham heeft dit aanvaard en geloofd, want Jezus zegt: Abraham heeft mijn dag gezien.

        Joh. 8:56. Abraham keek met blijdschap uit naar de dag van mijn komst. Hij zag Mij komen en was erg blij."(HB)      

De Gemeente bestaat uit 'eerstelingen'. Alleen de wedergeboren mens, die zijn oude leven met Christus in de dood gegeven heeft, zal leven in Gods eeuwig Koninkrijk. Als voorbeeld geeft het schaduwbeeld, het volk Israël, dit feit ook duidelijk weer, bij het binnengaan in het beloofde land (Gods koninkrijk). De eerste keer konden de Israëlieten het beloofde land niet binnengaan, hoewel ze wel waren besneden. Ze hadden geen geloof, ze stonden onder leiding van Mozes (de wet). De wet of het ritueel van de besnijdenis (en ook de doop) kunnen ons nooit in Gods Koninkrijk brengen. Na de omzwerving door de woestijn, toen alle ongelovigen gestorven waren, gingen ze onder leiding van Jozua (type van Jezus), het beloofde land in. Het volk was toen niet besneden. Ze konden door geloof het land wel binnengaan, maar moesten toen wel besneden worden. In Gods koninkrijk heeft men de besnijdenis van het hart nodig; dit is het geloof in het kruis van Jezus. Want vlees en bloed kunnen het Koninkrijk niet beërven. Daarna vierde men het pascha(Pesachmaal). Het Paaslam is geslacht en de opstanding van de mens met Jezus in nieuwheid des levens wordt mogelijk. In het schaduwbeeld (Abraham) was het: geloof en besnijdenis, in het nieuwe verbond is het: geloof (in) het offer van Jezus. Het nieuwe verbond nu geeft de werkelijkheid weer. Daarom sluit de doop aan bij de besnijdenis. Door ons te laten dopen geloven wij in de geestelijke besnijdenis (de besnijdenis van het hart). Wij leven niet meer voor ons zelf, wij leven voor Jezus. Daarom laten vrouwen zich wel dopen, hoewel het niet nodig was dat ze besneden werden. 

Leven uit het verbond.
Vaak wordt er gezegd: we houden vast aan het verbond dat God met Abraham sloot. De 'verbondsbelofte'. Abraham moest zich vasthouden aan Gods verbond, dat betekende dat hij geloof moest hebben in de vervulling van Gods belofte. God is een waarmaker van zijn woord en houdt zijn beloften. Wij weten en geloven dat God zijn belofte heeft waargemaakt. Abraham geloofde in de besnijdenis en geloofde daarmee in het offer van Jezus Christus. Wij geloven in het volbrachte werk van Christus, dat is ons houvast. Als we vasthouden aan het verbond van God met Abraham komen we niet verder dan de heenwijzing naar het schaduwbeeld van het kruis. De besnijdenis is een schaduwbeeld en daaraan moeten we ons niet vasthouden. In Galaten staat(Gal.5:4) als je je laat besnijden om daarin weer je houvast te vinden, ben je los van Christus. Christus zal je geen nut meer doen en je moet weer de gehele wet volbrengen. Het steunen op oud-testamentische schaduwbeelden legt een bedekking op de kerk. De waarheid in Christus is niet meer zichtbaar. De Joden noemden zich de besnedenen. Maar daardoor waren ze niet gered (denk aan de ongelovige schriftgeleerden, zelfs Judas Iskariot was een besnedene), maar het geloof in Jezus ontbrak. Alleen het nieuwe verbond, geloof in het offer van Jezus Christus, geeft eeuwig leven

 

Want wie één is geworden met Christus, is een nieuwe schepping.
Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen (2Cor. 5:17).
 

**********************

MP. Sept. '09

↑ Terug naar boven