Geestelijke onderwerpen

Welkom

op de site van Mart Prins

Bijbelstudies

over belangrijke bijbelse onderwerpen

  1. Avondmaal
  2. De Christelijke Doop
  3. Israel en de Gemeente
  4. Israel
  5. Schaduwbeeld en werkelijkheid
  6. Valse leer van de R.K. kerk
  7. Verbond in ref kerk

[javascript protected email address]
 

                                        Christenen voor Israël publiceert twaalf stellingen over Israël

                                        26-01-2018 door Christenen voor Israël

 

De Bijbel maakt duidelijk dat God een eeuwigdurend verbond heeft gesloten met het Joodse volk.

                 Een verbond heeft twee partijen, als een partij het verbond niet nakomt, heeft het geen waarde meer. Jer 31:31/32.

Een kleine groep christenen uit verschillende kerkelijke achtergronden heeft zich daar de afgelopen tijd diepgaand op bezonnen namens Christenen voor Israël (CvI). Dat heeft geresulteerd in twaalf stellingen over de plaats van Israël in Gods heilsplan, waarin Gods verkiezing van Israël om de volken te zegenen wordt uitgewerkt. 'Deze stellingen komen niet in de plaats van welke belijdenis dan ook, maar zijn bedoeld als een aanzet om verder te denken over die wezenlijke Bijbelse verkondiging ten aanzien van Israël en het Koninkrijk die de klassieke belijdenissen laten liggen,' aldus CvI.

• Wij geloven dat Israël door God is geschapen en verkozen om de volken te zegenen

               Gaat heen en verkondig het evangelie aan alle volken. Mark 16:15. Dit sprak Jezus tot wedergeboren Israelieten, die in Hem geloofden, Ja.

• Wij geloven dat het Gods opdracht aan de kerk en de volken is om Israël te zegenen. 

                De ‘kerk ’zegent alle volken; dat de volken Israël moeten zegenen, geeft de Bijbel niet aan.

• Wij geloven dat de kerk niet in de plaats van Israël is gekomen. Door het geloof in Jezus Christus zijn ook wij kinderen van Abraham geworden, de vader van alle gelovigen. 

                De kerk is het wedergeboren Israël; ieder die het zelfde geloof heeft als Abraham, mag zich kind van A. noemen. Jezus zei: A.heeft mijn dag (golgotha) gezien.

• Wij geloven dat al de verbonden vanaf Abraham gesloten zijn met Israël. 

                Alle beloften zijn gesloten in Christus! Gal 3:16. De beloften waren in het enkelvoud, ‘zaad’ en niet zaden, dus in Christus.

• Wij geloven dat er een geheimenis van een gedeeltelijke verharding van Israël is omwille van ons, maar dat er bij de kerk ook blindheid is voor Israël en dat er een sluier over de volken ligt. 

                Een deel van Israel heeft zich door ongeloof verhard. De sluier ligt over het oude verbond (O.T.) over diegenen die niet in Jezus geloven. •

Wij geloven dat de Heere trouw zal blijven aan al de verbonden die Hij met Israël gesloten heeft, maar ook aan al de beloften die Hij aan de gemeente van Jezus Christus heeft gegeven. 

                Ja, maar Israël bleef niet getrouw aan de oude verbonden. Op Golgotha werd een nieuw, geestelijk verbond gesloten; het oude, aardse verbond bestaat niet meer.

•Wij geloven dat de christenheid schuld moet belijden voor alle daden van antisemitisme in het verleden begaan, oprecht berouw moet tonen in daden van liefde en solidariteit met Israël en het Joodse volk, en zich moet bekeren van haar vervangings- en vervullingstheologie. 

                Gal 4:29. Het natuurlijke zal altijd het geestelijke vervolgen, d. i. een Bijbelse wet. Denk aan de eerste Gemeente, de apostelen, aan Paulus, etc. Altijd vervolging van de christenen door de natuurlijke Joden en later       samen met de heidenen.

• Wij geloven dat het herstel van het Joodse volk in het Beloofde Land Israël het begin is van de uiteindelijke verlossing. 

                Er is geen herstel van het oude verbond. Het is verouderd. Alleen het nieuwe verbond geldt nu.

• Wij geloven dat de stad Jeruzalem de plaats is waar de Heere Zijn heilige Naam weer zal doen wonen 

                 Weet gij niet dat gij een tempel zijt van de H. Geest? 2Kor 6:16. God woont in de harten van een wedergeboren volk.

• Wij geloven dat op een dag de Messias zal komen om Zijn wereldwijde Koninkrijk op te richten. Dan zal de lichamelijke opstanding van de gestorven rechtvaardigen plaatsvinden en zullen zij met Christus regeren in Zijn Koninkrijk op aarde. Daarom bidden wij om de vrede van Jeruzalem. 

                Jezus zei: mijn koninkrijk is niet van deze wereld.

• Wij geloven dat de Mensenzoon wanneer het Koninkrijk komt zal zitten op Zijn troon om te oordelen over de goddeloze volken en hen zal vragen hoe zij Israël en het Joodse volk behandeld hebben. 

               De Mensenzoon zal alleen vragen hoe ze Hem behandeld hebben.

• Wij geloven dat de vernieuwing van alle dingen uiteindelijk en definitief zal plaatsvinden. De schepping zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. En God zal zijn alles en in allen 

               Amen! 

                                                                                                        ********

                                                                 Laat ons oog alleen op Christus gericht zijn, de voleinder van ons geloof. Heb2:2. 

               De ingesprongen, vet gedrukte, cursieve tekst, is van ondergetekende. 

               (e.a. wedergeboren christenen)

               Mart Prins. Ede                              

                                                                                             ************************

              [email protected]



                                                    Israël

Het Oude Testament.
Aardse beelden en hun geestelijke betekenis.
Deze natuurlijke beelden uit het O.T. dienen als voorbeelden voor geestelijke werkelijkheden. In het O.T. is veel opgetekend in natuurlijke beelden. De natuurlijke mens begreep alleen de natuurlijke betekenis van deze beelden. Pas later, na de uitstorting van de H.Geest kon de mens de werkelijke, geestelijke betekenis volledig begrijpen. Er staat geschreven: "eerst komt het natuurlijke en daarna het geestelijke" (1Kor.15:44-48). Adam als natuurlijk mens was bijvoorbeeld reeds een schaduwbeeld van de laatste Adam, Jezus Christus (1Kor.15 :45). Jezus zei tegen de schriftgeleerden: gij zijt van beneden, Ik ben van boven. Zo kunnen we veel natuurlijke voorbeelden uit het O.T. vergelijken met de geestelijke werkelijkheden, zoals deze ook verklaard worden in het N.T. Denk bv. aan: een aards Jeruzalem en een hemels Jeruzalem; een aardse tempel en een hemelse Tempel; de natuurlijke offers en het Offer op Golgotha; er was een gordijn in de tempel als een beeld dat de toegang tot het allerheiligste, waar God woonde, geblokkeerd was; na Golgotha was dit kleed gescheurd als een teken daarvan dat de weg naar God weer geopend was; zoals Jona drie dagen in het binnenste van het zeemonster was, zo zou Jezus drie dagen in het hart der aarde zijn; het beloofde land waar Abraham naar toe ging en dat later ook aan de Israëlieten werd beloofd, was een schaduwbeeld van het komende Koninkrijk Gods en van de Gemeente, de Kerk van Jezus Christus. Een belangrijk voorbeeld voor het geestelijke volk, de Gemeente, is de weg die het natuurlijke volk Israël is gegaan. In de brief aan de Korintiërs staat dat dit opgetekend is als een voorbeeld en waarschuwing voor ons, de Gemeente, dus voor ieder wedergeboren christen. Het natuurlijke volk Israël, was een schaduwbeeld van het hemelse volk, de Gemeente! Een deel van het volk Israël bleef echter ongelovig.

Begin van het natuurlijke en het geestelijke volk.
a. Het geestelijke volk.
De eerste mens werd geschapen naar Gods beeld. Hij had kontact met God en God kon kontact hebben met de mens. Na de zondeval was de relatie verbroken en God kon niet meer één zijn met de mens. Maar God beloofde al dadelijk dat de veroorzaker van de scheiding uitgeschakeld zou worden. We weten dat deze belofte sloeg op het offer dat Jezus op het kruis zou volbrengen. Jezus offer bewerkte verzoening voor de zonde van de mensen. De weg naar God ging toen weer open. De H.Geest werd uitgestort en de gemeente van Jezus Christus werd een realiteit. De H.Geest kon in het hart van iedere gelovige de overwinning geven over de oude, zondige natuur. Een groot deel van de israelieten geloofde niet in Jezus als de Messias, ze werden als de heidenen. Vanuit de wedergeboorte kon de mens opgroeien tot geestelijke volwassenheid in volmaakte eenheid met Christus en God. Ook de gelovigen uit het O.T. krijgen door de werkelijkheid van het offer op Golgotha deel aan Gods Koninkrijk. We weten ook, dat het leven van ieder wedergeboren christen in deze duistere wereld, waar de macht der duisternis de wereldbeheerser is, gepaard gaat met veel tegenstand en veel (geloofs)strijd. Ieder kind van God kan te maken krijgen met verleidingen, valse leringen, moeilijk te overwinnen zonden en andere moeilijkheden en valstrikken. Ook moet hij leren om Gods stem te verstaan. Hij heeft een leidraad nodig om te kunnen nagaan wat werkelijk Gods stem is. Om de geestelijke weg naar Gods Koninkrijk te kunnen vinden, heeft God een beschrijving gegeven van het leven van een aards volk met veel natuurlijke voorbeelden, die zichtbaar en waarneembaar waren. Het leven van dit volk, de Israëlieten, is voor de Gemeente opgetekend als schaduwbeeld en waarschuwing.

b. Het natuurlijke volk.
Het aardse volk Israël, is een schaduwbeeld van het hemelse volk de Gemeente. Bij het ontstaan van het volk Israël treffen we dezelfde typen/schaduwbeelden aan, die we in werkelijkheid tegen komen bij de vorming van de kerk van Jezus Christus. Zoals God onze Vader is wordt ook Abraham de vader genoemd van alle gelovigen. Hij offerde zijn enige zoon, Isaak, waar een belofte op lag van een eeuwig nageslacht. Abraham vertrouwde dat God hem (Isaak) zelfs uit de dood kon terughalen (Heb. 11:18). Isaak, als beeld van Jezus, gaf zijn leven vrijwillig op het altaar. Isaãk was in de kracht van zijn leven (volgens berekeningen tussen de 35 en 40 jaar) en zijn vader een oude man. We mogen daarom aannemen dat hij zijn vader volkomen gehoorzaam wilde zijn. Hij gaf zijn leven op het altaar, omdat hij wist dat er een belofte van (natuurlijk) nageslacht was en ook hij vertrouwde dat God dit waar zou maken. Ook Jezus had, evenals Isaak, een belofte van nageslacht als Hij zijn leven zou offeren.
       (Jes.53:10):" wanneer Hij zijn leven heeft geofferd voor de zonde, zal Hij talloze [geestelijke] nakomelingen krijgen"; vele erfgenamen).

Na dit 'offer' van Isaak kwamen er nakomelingen, hij trouwde met Rebekka en Esau en Jacob werden geboren. Jacob verkreeg het eerstgeboorte recht en de zegen van zijn vader Isaäk. Zijn tweelingbroer Esau verachtte het eerstgeboorterecht en koos voor de natuurlijke begeerte, de linzen soep. Jacob moest vluchten voor Esau en het huis van zijn vader verlaten. Hij verbleef veel jaren bij zijn oom Laban in Paddan-Aram. Maar Jacob had een belofte aan God gedaan dat Here hem tot een God zou zijn als deze hem behouden in zijns vaders huis zou terug brengen (Gen. 28:21). En God sprak tot hem, keer terug naar uw vaderland en Ik zal met u zijn. Bij Pniël ontmoette Jacob zijn broer Esau die met een leger van 400 man op hem afkwam. Jacob wist dat hij, in zijn natuurlijke kracht, geen enkele kans had tegen Esau en werd zeer bang. Jacob moest nu leren om alleen op Gods belofte te vertrouwen, een belofte van nageslacht. Die nacht streed hij in de kracht van God en Jacob overwon zijn angst en ongeloof. Zijn natuurlijke kracht was aangetast, hij ging mank. Jacob vertrouwde nu op God en kon niet meer op zijn eigen kracht steunen. Hij moest veranderen van een natuurlijk denkend mens in een geestelijk ingesteld mens. Dat deze strijd en overwinning voor Jacob grote gevolgen had blijkt uit het feit dat God hem een nieuwe naam gaf. Een andere naam houdt in dat Jacob een ander mens was geworden. Het is een beeld van de wedergeboorte. De nieuwe naam (Israël), was een aanwijzing dat zijn nageslacht een bijzonder volk zou zijn, het volk Israël.

Israëlieten.
De Israëlieten, het nageslacht van Israël, zijn als volk een duidelijk schaduwbeeld van de kerk van Jezus Christus. Het gehele O.T. handelt verder over de gebeurtenissen die dit volk meemaakte en die opgeschreven zijn tot een voorbeeld en waarschuwing voor ons, de Gemeente. De Gemeente kan in de geestelijke wereld hetzelfde verwachten als het volk Israël in de natuurlijke wereld meegemaakt heeft. We moeten wel bedenken dat het natuurlijke tijdelijk is, een schaduwbeeld en niet de werkelijkheid. Eerst het natuurlijke en dan het geestelijke. Ook kunnen we zeggen dat we (L) licht nodig hebben (de H.Geest.) om een schaduwbeeld goed te kunnen waarnemen en de geestelijke betekenis te kunnen begrijpen. Wat nog belangrijker is dat we niet het schaduwbeeld als de werkelijkheid aannemen! Wat uit het vlees geboren is, is vlees en wat uit de geest geboren is, is geest. Het O.T. geeft de schaduwbeelden weer, het N.T. de (eeuwige) werkelijkheid. Het zichtbare (volk) is tijdelijk, het onzichtbare (volk) is eeuwig (2 Kor. 4:18). In het N.Testament krijgen we Licht op de gebeurtenissen van het O.T. Het geheim dat eeuwenlang "verborgen" is geweest wordt openbaar gemaakt. In Christus is de bedekking weg genomen. De wedergeboren mens krijgt door de H.Geest zicht op de geestelijke werkelijkheid van het O.T. In de brieven van het N.T. hebben de apostelen en andere schrijvers reeds een belangrijk deel van de geestelijke betekenis van het O.T. voor ons opgetekend. In de brief aan de Hebreeën staan meer dan 50 aanhalingen uit het O.T. De schrijver legt uit dat Jezus de werkelijke hemelse Hogepriester is. De aardse hogepriester Kajafas scheurde zijn klederen toen Jezus hem antwoorde dat HIJ de Zoon van God was. Een gescheurd hogepriesterlijk kleed, betekende het einde van het hogepriesterschap. Lev. 21:10. Jezus kon nu de nieuwe Hogepriester worden van een hemels volk ,de Gemeente.  Zelfs in de Op. aan Johannes worden veel beelden beschreven die reeds in het O.T. vermeld zijn. De eerste christenen hadden alleen het O.T. om na te gaan wie Jezus was en hoe ze een kind van God konden worden. Ze gingen dan ook dagelijks de schriften na (Han 17:11) en ontdekten dat Jezus werkelijk de beloofde Messias was! Petrus en de andere apostelen en ook Paulus predikten uit het O.T. Dat was voor hun 'De Bijbel'. De eerste gemeenten hadden als 'bijbel' het O.T. plus hetgeen ze over Jezus gehoord hadden

Het natuurlijke volk en de betekenis voor de Kerk.
- Egypte. Het volk Israël werd in Egypte verdrukt en moest slavenarbeid verrichten. Het kon in eigen kracht niet uit de slavernij komen. Het werd verlost onder aanvoering van Mozes. De verderfengel ging rond in het land Egypte om iedere eerstgeborene van mens en dier te doden. De eerstgeborene is een teken van nageslacht, van overleven. Er was voor de verderfengel slechts één teken dat hem verhinderde om zijn kwade praktijken te kunnen uitvoeren: het bloed van het lam dat geslacht moest worden. Het bloed moest zichtbaar aan de ingang van de woning worden aangebracht. Onder de Egyptenaren werd dood en verderf gezaaid maar de Israëlieten bleven gespaard dank zij het bloed en konden in vrijheid vertrekken. De weg naar het beloofde land lag open. De Israëlieten worden hier reeds Gods volk genoemd en Mozes koos voor 'de smaad van Christus' ( Heb. 11:25/6). De schrijver van de Hebreeën brief had er geen enkele moeite mee om in het Israëlische volk het beeld van Christus en de Gemeente te zien.
- Het lam dat geslacht moest worden was een schaduwbeeld van het Lam dat op Golgotha geslacht zou worden. Alleen het bloed van Jezus redt van de eeuwige dood. Het moest een gaaf lam zijn zonder enig gebrek en de beenderen mochten niet gebroken worden. Ook Jezus was gaaf - zonder zonde - en zijn beenderen werden op het Kruis niet gebroken, dit i. t. t. de benen van de twee andere gekruisigden.
- Jozef was de eerstgeboren zoon van Jacobs eerst gekozen vrouw, Rachel. Hij was een type van Jezus. Hij was de geliefde van zijn vader. Zijn broers verkochten hem uit ' jaloersheid aan de Egyptenaren. Ook Jezus werd uit jaloersheid door zijn eigen volk uit de weg geruimd. Later zegt Jozef, God heeft mij vooruit gezonden om jullie in leven te behouden. Ook Jezus werd als het ware vooruit gezonden om zijn volk, zijn broers het leven te kunnen geven. God had bij Jozef en ook bij Jezus hetgeen hen overkwam "ten goede gedacht". Jozef profeteerde toen al tegen zijn broers, dat God naar hen zou omzien en hen uit de slavernij van de Egyptenaren zou leiden. Jozef vroeg of zijn lichaam meegenomen kon worden en begraven worden in het beloofde land. (slechts in het Koninkrijk van God is de opstanding van de doden ten leven of geestelijk gezien allen die in Christus gestorven zijn zullen opstaan ten leven). Meer dan 400 jaar later werd het volk Israël uit de slavernij van Egypte verlost. Alle Israëlieten werden uit de slavernij van Egypte verlost. Door het offer op Golgotha werd een verlossing mogelijk voor ieder mens.
- De doortocht door de Rode Zee was alleen mogelijk door een wonder. Ze moesten geloven dat God een wonder zou verrichten. Het is een beeld van de doop. Door de doop geloven wij dat we met Hem gestorven en opgestaan zijn in een nieuw leven. We zijn verlost van de slavernij en kunnen in de kracht van de H.Geest heersen over ons oude leven en heersen over de onderdrukkers. Voor de Egyptenaren werd de Rode Zee de ondergang.
- De reis naar het beloofde land. Een woestijnreis zonder gids is veel te gevaarlijk. Het volk Israël werd geleid door de vuurkolom des nachts en door de wolkkolom overdag. Ze gingen alleen verder wanneer hun gids dat aangaf. We zien hier het schaduwbeeld van de H. Geest die alleen de weg kan wijzen naar Gods beloofde land. De Gemeente van Jezus Christus en iedere gelovige kan alleen onder leiding van de H.Geest de weg gaan naar Gods eeuwige Koninkrijk.
- Toen het volk Israël dorst begon te lijden zorgde God voor water uit de rots. In de brief aan de Korintiërs lezen we: en die Rots was de Christus!(1Cor.10:4). Ook dit is een schaduwbeeld. Jezus is het levende water, het Woord van God, en Hij is de Rots.
- Toen het volk honger begon te lijden, kreeg het manna uit de hemel. Het was een schaduwbeeld van het ware Brood. Jezus zei: het was niet Mozes die u brood uit de hemel gaf, maar mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel dat u het Leven geeft. Hij, Jezus, die uit de hemel nederdaalt is het Ware Brood. Er zijn nog veel schaduwbeelden te noemen van het natuurlijke volk Israël, welke een hemelse werkelijkheid willen weergeven. De werkelijkheid van Gods volk in Christus. Denk aan de offeranden, de tabernakel met zijn bijzondere inrichting, de vele wetten, en tenslotte de verovering van en het verblijf in het beloofde land. Ook ieder mens heeft eerst een natuurlijk en daarna een geestelijk leven. Tenslotte wilde het volk Israël onder leiding van Mozes het beloofde land binnengaan. Maar dat mislukte. Ze hadden geen geloof. Ze waren besneden en hadden de wet maar dat gaf geen toegang tot het beloofde land. Ze moesten terug de woestijn in, een volgende generatie kreeg een nieuwe kans. Nu onder leiding van Jozua (type van Jezus). Ze waren nu niet besneden en Mozes (beeld van de wet) was gestorven. Door geloof konden ze de Jordaan oversteken en het beloofde land binnen gaan. Alleen door geloof kan men het Koninkrijk Gods binnen gaan.
Mozes als vertegenwoordiger en beeld van de wet kon het land niet binnengaan. Hij stierf voordat het volk de Jordaan overtrok. In het beloofde land, als schaduwbeeld van het Koninkrijk Gods, heeft de wet geen autoriteit meer. De wet is in Christus vervuld, eigenlijk buiten werking gesteld. De eerste (in) tocht van het volk was een beeld van het natuurlijke (eigen kracht), de tweede intocht een beeld van het geestelijke (door het geloof).

Het beloofde land
In het beloofde land moest het volk Israël nauwkeurig uitvoeren wat God door Mozes gezegd had. Als ze dat niet deden zouden ze geen overwinning hebben over de vijanden, ja ze konden zelfs uit het land verdreven worden.
- Het gehele volk moest eerst besneden worden. Het was een schaduwbeeld dat de oude zondige natuur in het Koninkrijk Gods geen bestaansrecht meer heeft, deze moet voor dood gehouden worden. Later wordt dit door Paulus de besnijdenis van het hart genoemd, beeld van de wedergeboorte..
- Daarna vierde het volk het pascha. Het bloed van het lam had hen in Egypte gered van de dood. Het was een schaduwbeeld van het bloed van het Lam Gods dat op Golgotha stierf voor de zonden van de wereld. Pascha, is een heenwijzing naar het kruis. Dank zij het kruis is er een overgang van het oude zondige leven naar het gerechtvaardigde leven in Christus. Ook het natuurlijke brood, het manna, was niet meer voorhanden. In Gods Koninkrijk is Jezus het ware Brood.
- Alle inwoners in het beloofde land (de Kanaänieten, deze waren door Noach vervloekt) moesten, omdat hun zonden veel waren, vernietigd worden. Als Israël dat niet deed zouden de oude volken voor hen tot "dorens en distels worden". Geestelijk gezien betekent dit dat de machten der duisternis overwonnen moeten worden, maar ook dat we geen deel mogen hebben aan de zonden van de wereld. In het Koninkrijk van God moet iedere macht der duisternis onder de voeten van Jezus en van de Gemeente worden gelegd. Tenslotte heeft Jozua het gehele beloofde land verdeeld onder de stammen van Israël. Hij zei toen: alle goede beloften die de Here aan u gedaan heeft, zijn vervuld geworden. Niet één belofte is onvervuld gebleven. Mozes had reeds aan de overzijde van de Jordaan aan een paar stammen land toebedeeld.

Joz. 21:43Zo heeft de Here aan Israël het gehele land gegeven, dat Hij gezworen had hun vaderen te zullen geven; zij namen het in bezit en gingen er wonen. 45 Niet een van alle goede beloften, die de Here aan het huis van Israël had toegezegd, is onvervuld gebleven; alles is uitgekomen.

- Natuurlijk werd het uitverkoren volk gewaarschuwd geen afgoderij te plegen, geen gesneden beelden te maken, geen gewijde palen en offerhoogten op te richten of andere zonden te plegen. Als ze dit wel deden zouden ze geen stand kunnen houden tegen de vijanden, ze zouden onderdrukt worden of zelfs uit het land worden verdreven. Ook hier zien we weer de schaduwbeelden van zonden welke in de kerk van Jezus Christus voor kunnen komen. Als er zonde is in het leven van een christen of als er zonde is in Gods kerk, is er geen overwinning over de machten der duisternis. Gods Koninkrijk wordt op aarde nog maar weinig gezien.
- We zouden nog veel schaduwbeelden kunnen noemen, die in de beschrijving van het natuurlijke volk Israël naar voren komen. Het zijn schaduwbeelden van de werkelijkheid in de kerk van Jezus Christus. Denk aan het aardse Jeruzalem en het hemelse Jeruzalem, dat zal neerdalen van de troon van God. Denk aan de aardse tempel als schaduwbeeld van de hemelse tempel, de tempel van de H.Geest, Gods gemeente.
- De beschrijving van het natuurlijke volk Israël eindigt met het O.Testament. Er brak een nieuw tijdperk aan. Het schaduwbeeld voor de Gemeente van Jezus Christus was gerealiseerd. We weten dat de zeer nauwkeurige en uitgebreide beschrijving van het natuurlijke volk Israël voor ons opgetekend is als een voorbeeld om ons inzicht te geven in de vorming van Gods Koninkrijk en de vorming van de Gemeente. Tot de komst van Jezus wordt er 400 jaar lang niets van het volk Israël beschreven. -

Het Nieuwe Testament
Het hemelse volk
Met de komst van Jezus Christus in de wereld begon het Koninkrijk Gods op aarde 'zichtbaar' te worden. De profeten in het O.T. hadden tot het volk Israël gesproken dat de Messias komen zou, waar Hij zou worden geboren en waar Hij zou opgroeien. Ook over zijn leven en sterven was veel voorspeld. Met de komst van Jezus begon een geestelijk rijk met een geestelijk volk duidelijk zichtbaar te worden. Het was voor een natuurlijk mens een onzichtbaar koninkrijk. Jezus zei: Ik ben van boven, gij zijt van beneden, Jezus zei: mijn koninkrijk is niet van deze wereld. Jezus zei na zijn opstanding: Ik vaar op tot mijn God en tot uw God, tot mijn Vader en tot uw Vader en Ik wil dat waar Ik ben ook gij zult zijn (Joh. 20:17). Jezus sprak ook een geheel andere taal, Hij sprak over de geestelijke dingen, de geestelijke werkelijkheid. Toen Jezus kort voor Pasen opging naar Jeruzalem en de stad zag liggen weende Hij over haar en zei: Jeruzalem Gods eeuwige vrede lag binnen uw bereik, maar u hebt er niets van willen weten (Luk. 19:42/44 HB). God heeft u de kans gegeven maar u hebt die voorbij laten gaan. In de voorhof van de tempel waar geofferd moest worden, joeg hij de offerdieren weg. Toen de joden Jezus vroegen met welk recht doet u dit? antwoordde Jezus: breek deze tempel af en in drie dagen bouw Ik een nieuwe (Joh. 2:19). Jezus had dus het recht om deze natuurlijke schaduwbeelden te laten verdwijnen. Later zegt Jezus dat Jeruzalem verwoest en dat de inwoners over de hele wereld verstrooid zouden worden. Ongelovige volken zullen de stad bezetten tot dat ook hun tijd gekomen is en Gods Koninkrijk begint (Luk. 21:20-24).

Jezus wilde duidelijk maken dat de offeranden, de tempel, de plaats Jeruzalem en het volk een schaduwbeeld waren en als zodanig van geen betekenis meer waren. Jezus was het werkelijke offerlam, de Gemeente was de tempel voor de H. Geest en er was een hemels Jeruzalem en een geestelijk beloofd land: het Koninkrijk Gods . Omdat de (meeste) Joden Jezus niet (h)erkenden begrepen ze ook de betekenis van Jezus woorden niet. In het jaar 70 na Chr. zijn Jezus woorden vervuld en is Jeruzalem totaal verwoest en het volk verdreven. Men moest niet meer terug kunnen keren tot de natuurlijke schaduwbeelden. Ook het belangrijkste teken de besnijdenis die zij ondergaan hadden was alleen een heenwijzing naar de werkelijke besnijdenis welke Jezus aan het Kruis zou volbrengen. Hij zou in zijn lichaam het 'vlees' wegdoen. We lezen ook nergens over een herstel van deze natuurlijke schaduwbeelden. Paulus waarschuwde er voor om niet terug te keren tot de besnijdenis, ze zouden dan los van Christus zijn en Christus zou hun dan geen nut meer kunnen doen. Als de tempel na de verwoesting weer had moeten worden herbouwd, zou Jezus dit feit dan niet genoemd hebben? In Jezus waren alle dingen vervuld. Met de komst van Jezus werd de geestelijke werkelijkheid openbaar en dat was het enige dat nog belangrijk was.

Het natuurlijke volk en Jezus.
Voor het natuurlijke volk de Israëlieten, was deze verandering van denken natuurlijk moeilijk. De leiders van het volk verwachtten een messias die een aardse koning zou worden. Hij zou hun leider zijn. Ze hadden zichzelf al een hoge positie in het nieuwe koninkrijk toegemeten. Dat zij als volk het voorbeeld waren van het Koninkrijk der Hemelen was tot de meesten van hen nog niet doorgedrongen. Dat alleen "door Zijn striemen ons (en ook voor hen) genezing kon worden" hadden ze terzijde geschoven (Jes.53:5). Ze dachten dat ze op basis van hun natuurlijk afstamming, o.a. van Abraham en door het houden van de wet, kinderen van God konden worden. Zij waren de besnedenen en de andere volken waren de onbesnedenen (heidenen). Toen er op de Pinksterdag Joden uit alle volken in Jeruzalem bijeen gekomen waren hield Petrus een preek en zei: "geloof in de Here Jezus, bekeert u en laat u behouden uit dit verkeerde geslacht". Petrus zei dat ook zij, dus het Joodse volk, alleen door het geloof in Jezus behouden konden worden. Zowel jood als heiden moesten geloven in het offer van Jezus Christus op Golgotha. Er is geen onderscheid tussen Jood en Griek.

Van voorbeeld naar hemelse werkelijkheid.
Met de uitstorting van de H.Geest werd de kerk van Jezus Christus werkelijkheid. Ieder die geloofde in het offer van Jezus werd gered. Dit gold voor jood en heiden, voor besnedene en onbesnedene, er was geen onderscheid. Er was geen andere weg tot de Vader dan door Jezus Christus. Het was een weg van geloof in het volbrachte werk van Jezus. Alle natuurlijke voorbeelden, verordeningen en wetten hadden een geestelijke betekenis welke in Christus vervuld waren. De besnijdenis was voor het natuurlijke volk Israël een belangrijk teken om tot het volk van God te behoren. Paulus zegt in de brief aan de Galaten: besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is. De besnijdenis was dus een heenwijzing naar het feit dat men opnieuw geboren moest worden. Een wedergeboorte van een natuurlijk, vleselijk wezen naar een geestelijk wezen. Het vleselijke ging weg en men kon opgroeien tot een geestelijk mens. Als men door de wet te houden dacht behouden te kunnen worden, moest de gehele wet volmaakt volbracht worden. Al zou men dit kunnen dan was men nog niet wederom geboren. Paulus bracht na zijn bekering een boodschap van geloof en stuitte op grote weerstand bij zijn landgenoten. De Joden wilden zich aan het schaduwbeeld vast houden. Ze geloofden liever in de natuurlijke mogelijkheden dan alleen op Gods genade te vertrouwen. Ook in de gemeente van Jezus Christus, die bestond uit gelovige Joden en gelovige heidenen, later samen christenen genoemd, waren er later telkens weer leden die trachten iets van het natuurlijke (schaduwbeeld) in de kerk te brengen. Ook nu nog zijn er veel denominaties in de kerk, die vast houden aan (de letterlijke betekenis van) wetten, geboden en verboden, de sabbatsviering, en rituelen en schaduwbeelden uit het O.T.

Waarom schaduwbeeld?
Waarom schiep God een schaduwbeeld? Was het niet mogelijk geweest direct het geestelijke koninkrijk te openbaren? De mens kon in het paradijs van de boom des levens eten en opgroeien tot een geestelijk wezen, maar hij koos voor de andere boom en viel in zonde. Hij werd een natuurlijk wezen, een levende ziel, en het vrije kontact met God was geblokkeerd. God moest nu met natuurlijke voorbeelden of door de profeten, tot de mens spreken. Vanaf Genesis tot Maleachi heeft God in veel natuurlijke beelden tot de mens gesproken om de werkelijkheid van Jezus en van het Koninkrijk Gods te kunnen openbaren. De tempel in het O.T. was een schaduwbeeld van de Tempel Gods in het N.T., het hart van iedere gelovige en van de kerk van Jezus Christus als geheel. Het was voor de Israëlieten een voordeel om het schaduwbeeld te zijn van de kinderen Gods, de Gemeente. De Joden hadden de wet en de profeten en de verbonden en de natuurlijke voorbeelden, als eerste mensen ontvangen uit de hand van God. Zij konden zich evenals Abel, Henoch, Noach, Abraham, David en vele anderen, het eerst en het duidelijkst een denkbeeld vormen van de beloofde Messias. Zij konden het 'gemakkelijkst' tot geloof komen. Het eerste [L] lam dat geboren werd, werd door Abel aan God geofferd! (Gen. 4:4).

De verandering door de komst van Jezus.
Toen Jezus op aarde kwam begon Hij het geestelijke Koninkrijk te beschrijven en ook te openbaren door zijn optreden. Jezus taal en zijn werken waren geheel anders dan de natuurlijke uitleg van de schriftgeleerden was. De discipelen konden Jezus, vòòr de uitstorting van de H.Geest, moeilijk begrijpen. Ook Saulus - de latere Paulus - begreep het O.T. niet, al was hij er uitgebreid in onderwezen door de schriftgeleerde Gamaliël. Door Jezus offer voor de zonde kon de relatie tussen God en de mens hersteld worden. De H. Geest werd uitgestort en de apostelen predikten het Koninkrijk Gods op basis van "de wet en de profeten". Ook Paulus, die aanvankelijk op basis van de natuurlijke uitleg van het O.T. Jezus vervolgde, begon na zijn bekering en vervulling met de H.Geest, te verkondigen dat Jezus wel de Messias was en ook hij deed dit door de geestelijke werkelijkheid uit te leggen n.a.v. het O.T. Vooral het voorbeeld van het volk Israël met de roeping van Abraham, was hierbij een belangrijk hulpmiddel. De tijd vanaf Jozua tot het laatste O.T. bijbelboek, ruim 800 jaar, met de beschrijvingen van de Koningen en de Profeten vermeldt veel over de wederwaardigheden van het wel en wee van het volk en geldt uiteindelijk ook als voorbeeld voor de Gemeente. Wij kunnen dus zeggen dat het natuurlijke schaduwbeeld opgetekend was toen Jezus op aarde kwam. De tijd tussen het laatste O.T. bijbelboek (Maleachi) en de komst van Jezus is ruim 400 jaar. Van deze periode is niets opgetekend.

Ieder mens, zowel Jood als heiden, kon met de hulp van de H. Geest een duidelijk beeld krijgen van het Koninkrijk der Hemelen, want er was reeds een natuurlijk schaduwbeeld. Als Petrus en later ook Paulus en ook de andere apostelen Jezus verkondigden, was dat niet om een nieuwe leer te brengen, neen het was een uitleg van de schriften, alleen het O.T. (Han. 18:28). Wanneer de apostelen uitleg gaven van de 'schriften' door brieven te schrijven, zoals die in het N.T. vermeld zijn, was dat de geestelijke werkelijkheid van het O.T. Het O.T. is niet in de eerste plaats een optekening van de wereldgeschiedenis, maar een projectie om God en zijn Koninkrijk te leren kennen. Alleen wat een geestelijke betekenis had, is vermeld. Jezus zei tot de Emmaüsgangers: o onverstandigen en tragen van hart waarom geloven jullie niet al wat in Mozes en de Profeten over Mij geschreven staat? En Hij legde hen van uit de schriften (O.T.) uit al hetgeen van Hem geschreven was (Luk. 24:25-27). Het O.T. is vanaf Adam neergeschreven om een openbaring te geven van Jezus Christus.

De wedergeboorte voor Jood en heiden.
Als wij geloven dat we met Jezus zijn gestorven en opgestaan moeten we het oude, vleselijke leven voor dood houden en leven vanuit de nieuwe mens. De eerste christenen, zowel Joden als heidenen, hadden alleen het O.Testament. Dit was voor hen de bijbel en dat heeft tientallen jaren zo geduurd. Maar geleid door de H.Geest zag men de werkelijkheid van de verlossing die Jezus had gebracht, uit de voorbeelden en beschrijvingen in het O.Testament. Verschillende christelijke leiders, vervuld met de H.Geest, schreven brieven aan andere christenen of gemeenten en gaven daarin uitleg van het O.T. De wet en de profeten waren de basis om Jezus Christus te verkondigen! Elke uitleg in het N.Testament moet dus als basis terug tevinden zijn in het O. T. Gelukkig zijn deze brieven, deze uitleggingen voor ons bewaard gebleven. Uit hetgeen de apostelen en andere schrijvers opgetekend hebben weten we dat toch maar een betrekkelijk klein deel van het natuurlijke volk Israël, Jezus als hun Verlosser aangenomen heeft. Hij kwam tot het zijne maar de zijnen hebben Hem niet aangenomen (Joh. 1:11). Deze situatie is thans nog hetzelfde, het volk Israël houdt vast aan de wet. Paulus zag dit met smart. (Rom. 9:2). Ook thans gelooft nog maar een klein deel van de Joden in Jezus als de Messias. Het huidige Jeruzalem is nog in slavernij (Gal. 4:25).

De Gemeente en Israël.
We hebben nu gezien dat de beschrijvingen in het O.T. en in het bijzonder die van het volk Israël een schaduwbeeld zijn van Jezus Christus en zijn Gemeente. Het sterven van Jezus aan het kruis maakte voor ieder mens, een eeuwige scheiding tussen het oude natuurlijke leven en het geestelijke leven in Christus. De oude natuurlijke zondige mens stierf met Jezus aan het kruis. De wedergeboren geestelijke en gerechtvaardigde mens stond met Jezus op uit de dood. Als de wedergeboren christen z'n oude natuur niet voor dood houdt en daar niet los van komt, belemmert dat zijn geestelijke groei tot volwassenheid (hij maakt zijn doop niet waar). Als de gemeente van Christus, bestaande uit wedergeboren christenen, zich weer identificeert met het natuurlijke volk en waarde hecht aan de natuurlijke schaduwbeelden is ze verkeerd bezig. De Gemeente is de nieuwe tempel van de H.Geest. De Gemeente is het nieuwe Jeruzalem nederdalende uit de hemel. De Gemeente is uit God geboren en onze wortels liggen in God. Jezus is de eerste die uit de dood opstond en Hij noemt ons zijn broers(Joh 20:17). Jezus is daarom onze oudste broer. Met de komst van Jezus was de voorbeeldfunctie van het natuurlijke volk Israël niet meer nodig. Jezus zei: breek deze tempel af want Ik bouw in drie dagen een nieuwe. Na de uitstorting van de H.Geest op de Pinksterdag, zei Petrus tot de Joden afkomstig uit alle delen van de wereld, bekeert u en laat u dopen. Dopen is het beeld van het achterlaten van het oude leven en opstaan in het nieuwe leven met Christus. Als alle Joden als volk gehoorzaam geweest waren, was er geen Joods volk meer geweest, maar alleen christenen samen met de christenen uit de heidenen. Een deel van het joodse volk heeft geloofd in de Here Jezus en ook een deel van de heidenen heeft maar in Jezus geloofd. Doch iedere jood en iedere heiden kan door Gods lankmoedigheid nog steeds tot Christus komen. We weten ook dat de meeste Israëlieten vast hielden aan de aardse en natuurlijke beelden. Ze geloofden niet in het volmaakte offer van het Lam Gods.

 Later zien we in de Christen Gemeente, die bestond uit gelovige/bekeerde Israëlieten en tot geloof gekomen heidenen, dat men wel geloofde in Jezus als Verlosser, maar daar naast ook nog vasthield aan bepaalde overleveringen en rituelen uit het oude verbond. Men ging ze zelfs opnieuw invoeren; denk aan de besnijdenis. Het is voor de mens een grote verleiding om telkens weer zijn vertrouwen te stellen op zijn eigen vlees. Iets natuurlijks waar hij op kan steunen. Paulus gaat dan in de brief aan de Galaten op basis van de beschrijvingen van het O.T. uitleggen wat de werkelijke betekenis is van de besnijdenis en van de wet. Paulus waarschuwt de Christenen dat ze zich niet moeten laten betoveren, dat is, niet moeten luisteren naar 'christenen', die zich laten leiden door demonische geesten. Vlees en bloed zullen het Koningrijk Gods niet beërven. Ook in de andere brieven in het N.T. wordt telkens weer gewaarschuwd tegen valse leringen en gebruiken. De christenen ontmoetten telkens weer de grootste vijandschap van de joden die zich niet bekeerden (1Thes. 2:15). Paulus moest telkens weer zijn leven redden en vluchten voor de natuurlijke jood. De niet gelovige joodse leiders riepen dat Jezus gekruisigd moest worden. De wereld had minder belangstelling voor Jezus. Pilatus de wereldlijke leider zei: "ik vind geen schuld in Hem". Abraham moest zijn, naar het vlees verwekte, natuurlijk zoon Ismaël, wegzenden omdat hij de naar de geest verwekte zoon, Isaak vervolgde. Paulus als wedergeboren christen werd altijd vervolgd door de natuurlijke, ongelovige joden. De geestelijke mens zal altijd veel vijandschap ondervinden van de natuurlijke mens. Het natuurlijke in mij is de grootste vijand van het geestelijke in mij. Een wedergeboren christen kan veel weerstand onder vinden van de natuurlijke, naam christen. In traditionele, wettische kerken (RK, Orthhdoxe- en ook Ref. kerken) is vaak weinig ruimte voor de mens die een levende getuige van Jezus wil zijn.

De Gemeente in vergelijking met het natuurlijke volk
De kerk van Jezus Christus heeft in de loop der eeuwen de opdracht van Jezus: "maakt alle volken tot mijn discipelen", nog niet kunnen vervullen. Ook het geestelijke beloofde land is nog niet in bezit genomen. Alle inwoners in het beloofde land moesten vernietigd worden. Heeft de kerk iedere zonde en iedere demonische invloed overwonnen? Er mochten in het beloofde land geen compromissen gesloten worden met de aanwezige bewoners. De Gemeente mag dus geen contakten hebben met de wereldbeheersers dezer duisternis. Die moeten volledig vernietigd worden! Jezus had gezegd: Ik heb alle macht in hemel en op aarde. De Israëlieten moesten blijven strijden tot al het land in bezit genomen was. Strijdt de Kerk nog in de volle kracht van de H.Geest om het Koninkrijk Gods te verwezenlijken? De Israëlieten gingen in het beloofde land dikwijls andere goden aanbidden en konden dan geen stand houden tegen de omringende vijanden. Het volk had geen kracht en werd geplunderd. Soms werden ze uit het beloofde land weggevoerd. In de Kerk van Jezus Christus kwam in de eerste eeuwen en vooral in de middeleeuwen veel afgoderij voor. Veel wereldse invloeden kwamen de kerk binnen. De doop werd vervangen door de kinderbesprenging. De kinderbesprenging had een soort toverkracht. In het Concilie van Carthago in 416 onder voorzitterschap van Augustinus gehouden staat: wie zegt dat kinderen niet eeuwig gered zijn door de doop is vervloekt. Bij het Concilie van Trente ging men nog verder, ieder die verkondigde dat men door geloof alleen gered kon worden, was ook vervloekt. Er waren ook 'goede werken' nodig. Denk aan de aflaathandel. Het was zelfs verboden voor een niet ambtelijk persoon, om het woord van God te bezitten. Er was geen kracht meer in de Kerk om te overwinnen. Niet alle inwoners van het geestelijke beloofde land waren met de ban geslagen. De zieken genazen niet, de gebondenen werden niet meer bevrijd en de leiding van de H.Geest ontbrak. Het volk was als het ware niet meer in het beloofde land, het was in ballingschap. Tijdens de Reformatie is er veel zonde weggedaan, het leven uit geloof werd weer zichtbaar, maar ook zijn veel verkeerde gebruiken blijven bestaan. Ook in de Reformatorische kerken (en charismatische) is veel wettische en wereldse invloed blijven bestaan; de 'kerk' werd een instituut met macht, (denk aan de concilies, synodes, dominante voorgangers), veel tradities, gewoonten en wetten werden gehandhaafd (sabbat/zondag viering). Wat het beloofde land was zonder gehoorzame Israëlieten, was de 'Kerk' zonder Christenen.

Het geestelijke volk kan niet terugkeren tot het natuurlijke.
Eerst komt het natuurlijke en dan het geestelijke. Eerst wordt de mens natuurlijk geboren, daarna geestelijk wedergeboren. Een gevaarlijke ontwikkeling zien we doordat de kerk zich weer gaat vergelijken met het natuurlijke volk Israël. We moeten terug naar onze wortels of oorsprong. De duivel heeft er veel belang bij om het werk van Jezus Christus op deze aarde zo veel mogelijk weer onzichtbaar te maken. Hij tracht de schaduwbeelden in stand te houden of weer te herstellen. Veel christenen gaan in deze gedachten gang mee. B.v.: gedacht wordt aan de herbouw van de tempel, veel waarde wordt er gehecht aan de plaats Jeruzalem en aan het 'beloofde land', dit zou zelfs weer in bezit genomen moeten worden. Veel aandacht is er voor het joodse volk, joden moeten weer teruggebracht worden in het beloofde land. De duivel heeft er veel belang bij om het schaduwbeeld te herstellen. Hij vestigd de aandacht op het natuurlijke volk. O.T. feesten zoals b.v. het loofhuttenfeest moeten weer worden gevierd. Dat door Jezus komst al deze beelden volbracht zijn raakt onder gesneeuwd. Het volbrachte werk op het kruis wordt in de mist geschoven. In feite gaan we terug tot vòòr het Kruis. We gaan terug tot voor onze wedergeboorte. We moeten één zijn met onze Joodse 'broeders' en deelnemen aan hun feesten. We verwachten weer een natuurlijke Jezus in een natuurlijk land. De tweede komst van Jezus is echter een geestelijke Jezus naar een geestelijk volk. Paulus zegt dat er een bedekking ligt op het huidige Israël (behalve een klein deel die Jezus als Messias erkennen) en het aardse Jeruzalem is in slavernij (Gal. 5:24). Wanneer iemand/een jood tot een levend geloof in Christus komt is er voor hem geen plaats meer in het Jodendom. Zoals het 'natuurlijke volk' van God Jezus niet als Redder aanvaardde, ook al hadden ze het Woord (O.T.), zo zal ook het 'geestelijke volk' van God (de religieuze wereldkerk, iedere naamchristen) Jezus niet als Verlosser aanvaarden.

Jezus terugkomst tot de kerk.
De komst van Jezus tot het natuurlijke volk Israël en ook de wijze waarop Jezus over zijn eigen volk spreekt, kan ons inzicht geven hoe het geestelijke volk, de kerk, er uit zal zien als Jezus terugkomt. Jezus werd als natuurlijk mens niet aanvaard door de geestelijke leiders van zijn volk. Ze verwachten een andere Messias, een die aan hun verwachtingspatroon zou voldoen en hen zou waarderen om wie ze waren. In Mat. 23 waarschuwt Jezus zijn discipelen en de scharen: "pas op voor de schriftgeleerden en godsdienstleraars, luister wel naar de wat ze zeggen uit de wet van Mozes, maar doe niet overeenkomstig hun werken en de uitlegging van de schriften. Ze vinden zichzelf geweldig belangrijk en stellen zich op als heersers/leiders van het volk". Maar Jezus noemt ze huichelaars, ze beletten de mensen om het koninkrijk van God binnen te gaan en zelf gaan ze er ook niet in omdat ze Jezus niet aanvaarden. Ze zijn blinden die blinden leiden. Als iemand belijdt in Jezus te geloven, dreigen ze met uitzetting uit de synagoge. Jezus noemt hen slangenzaad die niet aan het oordeel van de hel zullen ontkomen.

Joh.16:2 Want de Joden zullen u niet alleen uit de synagoge gooien, maar zelfs doden; en dan denken zij ook nog God daarmee een grote dienst te bewijzen. Zij zullen dat doen, omdat zij de Vader en Mij niet kennen.

We weten dat een klein deel van het volk en ook een deel van de schriftgeleerden wel in Jezus geloofden maar er nauwelijks voor uit durfden te komen. Als Jezus voor de tweede maal terugkomt tot zijn eigen geestelijke volk, de kerk, zal Hij dan niet dezelfde waarschuwende woorden moeten spreken? Zijn er geen wereldlijke kerkleiders die zeggen het Woord van God te leren maar daar een eigen uitleg aan geven? Ze verwachten een Jezus die aan hun (gesneden)beeld zal voldoen. Als Jezus zich op een andere wijze openbaart dan zij willen, verwerpen ze deze Jezus. Velen die willen ingaan in het Koninkrijk der Hemelen, die de zekerheid des geloofs zoeken, kunnen de weg moeilijk vinden bij de huidige kerkleiders. Als men zelf niet ingegaan is, kan men ook anderen niet tot Jezus leiden. Ook in de huidige traditionele kerken zijn er mensen die wel in Jezus geloven maar er moeilijk voor uit durven komen. Als ze belijden een kind van God te zijn, geloven in de geestesgaven en in de doop in de Geest, in de christelijke doop door onderdompeling, dan worden ze misschien uit de kerk gezet omdat het niet past in de leer van de kerk. Reeds Luther werd in de ban gedaan omdat hij de redding door het geloof leerde. Behoudenis door het geloof alleen was door de (r.k.) kerk vervloekt. Velen die zich (volwassen) lieten dopen, werden, en kunnen ook thans nog, uit de kerk gezet worden. In veel kerken zijn in de loop der jaren veel tradities ingeslopen die gehandhaafd worden. Dat, alleen geloof in het volbrachte werk van Jezus op Golgotha de behoudenis brengt, wordt niet meer duidelijk gesteld. Wordt het evangelie zoals dat in de eerste christengemeente functioneerde, nog duidelijk naar voren gebracht? Nogmaals, zijn de waarschuwende woorden van Jezus tot zijn natuurlijk volk ook niet een voorafschaduwing en dus een waarschuwing voor zijn terugkomst tot zijn geestelijk volk, de kerk?

Samenvatting.
We hebben gezien dat het natuurlijke volk Israël een voorafschaduwing is van de Gemeente van Jezus Christus. Er ligt een bedekking over het O.T. Alleen in Christus wordt die bedekking weggenomen. Jezus zei: het zijn de wet, de profeten en psalmen welke van Mij getuigen(Luk 24:44, Joh 5:39). Niet het aardse volk van God is de werkelijkheid, maar het onzichtbare geestelijke volk, de Gemeente is Gods uitverloren volk en bestaat voor eeuwig. De apostelen en Paulus predikten Jezus uit het OT. Niet de natuurlijke offeranden, niet de natuurlijke besnijdenis, niet het natuurlijke water uit de rots, niet het natuurlijke beloofde land en niet de belofte aan Abraham van een natuurlijk nageslacht, was de werkelijkheid, niet de natuurlijke tempel, niet het natuurlijke Jeruzalem, maar de geestelijke betekenis die God hiermee wilde duidelijk maken voor de Gemeente, is een eeuwige werkelijkheid, volbracht in Jezus Christus. Jezus was de laatste Adam. In Hem was de wereld geworden, in Hem is de zondige wereld aan het kruis gebracht en met Hem gestorven. In Zijn opstanding kon de nieuwe aarde een werkelijkheid worden. Hij is de eerstgeborene van de ganse (nieuwe) schepping. Jezus is onze oudste broer.

Na de opstanding van Jezus kreeg het, uit de gehele wereld verzamelde Joodse volk, door de H.Geest in hun eigen taal te horen: bekeert u, laat u dopen, en ge zult de H.Geest ontvangen. (hand 2:39) Ze werden als natuurlijk volk geroepen om in de opstanding van Jezus te geloven en als een wedergeboren, geestelijk volk het Koninkrijk der Hemelen binnen te gaan en de blijde boodschap aan de gehele wereld te verkondigen. De gerechtvaardigde mens in Christus is voor eeuwig verlost van de in zonde gevallen natuurlijke mens en van de in zonde gevallen wereld. Een deel van het natuurlijke volk Israël heeft gekozen voor Jezus als Verlosser; maar ook een groot deel bleef ongelovig en vervolgde hun gelovige landgenoten. De eerste Christen gemeente (5000 gelovigen) werd door de ongelovige joden verwoest. De eerste komst van Jezus was als natuurlijk mens tot een natuurlijk volk. Het was een voorafschaduwing van zijn tweede komst. De terug komst van Jezus is geestelijk tot een 'geestelijk' volk (de kerk). De Gemeent van Jezus Christus wordt gevormd uit elke stam en natie en (ook joodse) volk. Zo zal gans (geestelijk) Israel behouden zijn(rom 11: 25).Laten we ons als geestelijk volk niet meer vasthouden aan welk natuurlijk schaduwbeeld dan ook.

                      Col 3:11 waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf en vrije, maar alles en in allen is Christus.

                                                                Alleen Jezus is de Weg, de Waarheid en het Leven.Gods  (Gal.6:16)

                                                                                                 ***************************

 


               Het Israël Gods (dus de Gemeente) is als Schaduwbeeld reeds bedekt aanwezig in het fysieke volk Israël (Gods oogappel) vanaf Isaak.


Gen 12:1 De HERE nu zeide tot Abram: Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal; 2 Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn.  

            Een zegen/redding voor alle volken


Gen 11:30 Sarai nu was onvruchtbaar; zij had geen kinderen.

             Er moest een wonder gebeuren om nageslacht te kunnen krijgen

Gen 17:19 Maar God zeide: Neen, maar uw vrouw Sara zal u een zoon baren, en gij zult hem Isaak noemen, en Ik zal mijn verbond met hem oprichten tot een eeuwig verbond, voor zijn nageslacht.

             Isaak werd geboren door een belofte/Woord van God. Het zou een begin zijn van een nieuw, eeuwig nageslacht. Isaak was een type van Jezus. Denk aan het ‘3 dagen offer’ op de berg Moria

Gen 25:23 En de HERE zeide tot haar (Isaak’s vrouw): Twee volken zijn in uw schoot, en twee natiën zullen zich scheiden uit uw lichaam; de ene natie zal sterker zijn dan de andere, en de oudste zal de jongste dienstbaar wezen.  

               De oudste, Esau, was het schaduwbeeld van het natuurlijke Israël, (ongeloof); de tweede, Jacob, een beeld van de Gemeente, Israël Gods (gelovigen).

Zach.2:8 Want de HEER van de hemelse machten, zegt over de volken door wie jullie geplunderd zijn: ‘Wie aan mijn volk komt, komt aan mijn oogappel!   

              Zeer kostbaar en het beeld van Jezus is bedekt aanwezig in het natuurlijk volk Israël.

Deut. 31:20 Want Ik zal hen naar het land brengen, dat Ik hun vaderen onder ede beloofd heb, vloeiende van melk en honig; . . . . . zij zullen eten en verzadigd en vet worden, maar zij zullen zich tot andere goden wenden en die dienen; Mij echter zullen zij versmaden en mijn verbond verbreken.

              Constatering/waarschuwing

1Kor. 10:5 En toch heeft God in het merendeel van hen geen welgevallen gehad, want zij werden neergeveld in de woestijn.

             Ongeloof

Joh 1:11 Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. 

              Mededeling!

Num. 14:30 Voorwaar, gij zult niet komen in het land, waarvan Ik gezworen heb u daarin te doen wonen, behalve Kaleb, de zoon van Jefunne en Jozua, de zoon van Nun!

             Alleen de twee gelovigen komen in het beloofde land (schaduwbeeld van Gods Koninkrijk)

Luk 24:27 En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had.

              Jezus legt de schriften uit en neemt de bedekking weg

Joh 16:2 Men zal u uit de synagoge bannen; ja, de ure komt, dat een ieder, die u doodt, zal menen God een heilige dienst te bewijzen.

              Ongeloof verhindert het zicht op Jezus

Mark 10:33 Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en de Schriftgeleerden en zij zullen Hem ter dood veroordelen.

             Jezus voorspelt dat ‘het uitverkoren volk’ Hem zal kruisigen

Joh 8:43 Waarom begrijpt gij niet wat Ik zeg? Omdat gij mijn woord niet kunt horen. 44 Gij hebt de duivel tot vader (ongelovige Joden) en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne.

            Jezus geeft een duidelijke waarschuwing

Joh 8:24 Ik heb u dan gezegd, dat gij in uw zonden zult sterven; want indien gij niet gelooft, dat Ik het ben, zult gij in uw zonden sterven  

            Jezus waarschuwt de joden nogmaals

Joh. 2:15 En Jezus maakte een zweep van touw en dreef allen uit de tempel, de schapen en de runderen; en het geld van de wisselaars wierp Hij op de grond en hun tafels keerde Hij om. . .

          . Einde van de dieren offers; het werkelijke offer zou Jezus enkele dagen later volbrengen op het kruis van Golgotha

Joh.2:19 Jezus antwoordde en zeide tot hen: Breekt deze tempel af en binnen drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.

            De aardse tempel moet ook weg, overgang schaduwbeeld naar geestelijke, eeuwige tempel, de Gemeente 

Hand.6:14 Wij hebben hem (Stefanus) horen zeggen dat die Jezus van Nazareth de tempel zal verwoesten en de oude gebruiken zal veranderen; de gebruiken die Mozes ons heeft gegeven."

            Stefanus herhaalde later de woorden van Jezus, ook hij moest het met de dood bekopen

Mar. 14:63 De hogepriester scheurde zijn kleren en zei: ‘Waarvoor hebben we nog getuigen nodig? 64 U hebt de godslastering gehoord; (Jezus noemde zich Gods Zoon) wat is uw oordeel?’ Allen oordeelden dat hij schuldig was en de doodstraf verdiende             . Lev. 10:6 En Mozes zeide: . . . uw hoofdhaar zult gij niet los laten hangen en uw klederen zult gij niet scheuren, opdat gij niet sterft, en Hij niet toorne over de gehele vergadering;

              Door het scheuren van zijn gewaad, maakte de aardse hogepriester een einde aan zijn positie en plaats voor de Hemelse Hogepriester. Dit wijst op het einde als Gods volk, van het fysieke volk Israël en begin van de Gemeente, het Israël Gods

                                                                                                                                              ******
              Het volk Israël was een schaduw beeld van de Gemeente tot Golgotha; daarna ging het voort in allen die tot geloof in Jezus kwamen, als het Israël Gods (Gal.6:16). Het ongelovige deel van het volk Israël, het Israël naar het vlees (1Kor.10:18) was gelijk aan alle ongelovige volken op de aarde. 
                                                                                                                                              ******


Hand 3:13 De God van Abraham en Isaak en Jakob, de God onzer vaderen, heeft zijn knecht Jezus verheerlijkt, die gij hebt overgeleverd en verloochend ten overstaan van Pilatus, ofschoon deze oordeelde, dat men Hem moest loslaten. 15 en de Leidsman ten leven hebt gij gedood, maar God heeft Hem opgewekt uit de doden, waarvan wij getuigen zijn.

            De dood van Jezus komt op rekening van het ‘uitverkoren volk’, d.w.z. voor de Gemeente

 
Luk. 23:34 En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen..

           Jezus bad voor zijn moordenaars: Jezus heeft het ieder mens vergeven!


Gen 3:5 maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad.

           Door de zondeval wilden alle mensen ‘als god’ zijn


1Tess 2:15 die zelfs de Here Jezus en de profeten gedood en ons tot het uiterste vervolgd hebben, die God niet behagen en tegen alle mensen ingaan;

          De ongelovige jood vervolgt de gelovige bekeerde jood/christen; het natuurlijke leven vervolgt het geestelijke leven 

 
Hand 2:36 Dus moet ook het ganse huis Israëls zeker weten, dat God Hem en tot Heer en tot Christus gemaakt heeft, deze Jezus, die gij gekruisigd hebt.

          Kruisiging volledig voor rekening van Israël (als beeld van de gemeente)

Hand 2:40 Met nog vele andere woorden heeft hij getuigenis afgelegd en hen opgeroepen en gezegd: laat u redden uit dit verdorven geslacht 

         De Israëlieten moesten gered worden uit een verdorven geslacht; dus een splitsing in een natuurlijk, ongelovig joods volk en gelovig geestelijk volk, de Gemeente

Hand 2:5 Nu waren er Joden te Jeruzalem woonachtig, vrome mannen uit alle volken onder de hemel; 8 En hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn?  

         Alle Israëlieten uit alle volken van de wereld kregen in hun eigen taal het evangelie als eersten te horen

En de Heer voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden.

         Zonder bekering ook geen behoudenis van de joden

.Rom. 9:6 Want niet allen, die van Israël afstammen, zijn Israël,  

          Paulus bevestigt nog eens dat niet iedere etnische Israëliet automatisch tot het Kon. Gods behoort 

 1Tes 2:14 Want gij, broeders, zijt navolgers geworden van de gemeenten Gods in Christus Jezus, die in Judea zijn, omdat ook gij hetzelfde te verduren hebt gehad van uw eigen volksgenoten als zij van de Joden, 15 die zelfs de Here Jezus en de profeten gedood en ons tot het uiterste vervolgd hebben, die God niet behagen en tegen alle mensen ingaan, 16 daar zij ons verhinderen tot de heidenen te spreken tot hun behoud, waardoor zij te allen tijde de maat hunner zonden vol maken. De toorn is over hen gekomen tot het einde.

          Een deel van Israël blijft ongelovig tot het einde

Hand.18:28 Want onvermoeid bestreed hij ( Apollos, bekeerde jood) de Joden in het openbaar en bewees uit de Schriften, dat Jezus de Christus (De verwachtte Messias) is.

           Door Christus is de bedekking over het O.T. weggenomen

Rom. 11:25 Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis/verborgenheid; een verharding is over een deel van Israël gekomen, opdat de volheid der heidenen (alle heidenen) binnengaat/,

           (alle ongelovigen uit de totale heidenen)

26. en aldus(zo) zal gans Israël behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion (nieuwe Jeruzalem) komen,  

           Gelovige Israëlieten en gelovigen uit de andere volken vormen samen het totale Israël Gods = Godsoogappel


1 Cor 10:18 Ziet, hoe het gaat bij het Israël naar het vlees: hebben niet zij, die de offers eten, gemeenschap met het altaar? 

           Paulus maakt nu duidelijk het verschil tussen het natuurlijke Israël en het geestelijke/bekeerde deel

Gal. 6:16 En allen, die zich naar die regel zullen richten, vrede en barmhartigheid kome over hen, en ook over het Israël Gods

           Paulus geeft nog een duidelijke samenvatting van de Gemeente
C0l. 3:11 waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf en vrije, maar alles en in allen is Christus. 

           De oude mens is met Christus gestorven, de nieuwe mens is geestelijk met een verheerlijkt lichaam


         De geschiedenis van het fysieke volk Israël, van Abram tot de opstanding van Jezus, is een schaduwbeeld van de schepping van de Gemeente en dus ook van ieder die in Jezus gelooft. Daarna is het volk Israël geen schaduwbeeld meer maar gelijk aan alle volken op deze wereld. 


                                        Heb.2:2 Laat ons oog daarbij alleen gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, 
                                                                                                                                                      


                                                                                         ************

               M Pr.
               Nov. 2011

↑ Terug naar boven